Wat houdt co-ouderschap in?

Gepubliceerd op 16-05-2017 door de Scheidingsplanner

Als u en uw ex-partner beiden een gelijk deel van de zorg en de opvoeding van de kinderen op u nemen, is er normaliter sprake van co-ouderschap.

Er is dus sprake van co-ouderschap als het kind tot het huishouden van beide ouders behoort. De richtlijn voor vaststellen van co-ouderschap is dat een kind doorgaans drie gehele dagen per week tot het huishouden van de ene ouder en ten minste eenzelfde periode per week tot het huishouden van de andere ouder behoort. Week op, week af is ook een verregaande zorgverdeling die tot co-ouderschap leidt.

Co-ouders kunnen beiden in aanmerking komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting als het kind tegelijkertijd tot het huishouden van beide ouders behoort en het kind ingeschreven staat op het adres van één van de ouders. Het inschrijven van kinderen op het adres van één van de ouders heeft daarmee dus gevolgen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Op de site van de Belastingdienst worden de voorwaarden genoemd wanneer een aanspraak op de inkomensafhankelijke combinatiekorting van toepassing is. De belastingplichtige ouder dient eerst zelf een minimaal bedrag aan inkomsten uit tegenwoordige arbeid genieten. Daarnaast moet het kind minimaal 6 maanden op hetzelfde adres staan ingeschreven als de ouder en voor 1 januari van het jaar nog niet de leeftijd van 12 jaar hebben bereikt. Mocht de belastingplichtige een partner hebben dan moeten de eigen inkomsten lager zijn dan die van de partner.

Binnen het co-ouderschap is er nog de variant bird-nesting. Dit houdt in dat de ouders om de beurt in het huis bij de kinderen wonen. U kunt een co-ouderschapregeling niet zomaar wijzigen. Dit kan alleen in overleg met uw ex-partner.

Er is een aantal cruciale factoren te noemen voor succesvol co-ouderschap. Is er nog sprake van transparante en regelmatige communicatie tussen co-ouders? Zijn de co-ouders bereid bij elkaar in de omgeving te blijven wonen? Zijn co-ouders bereid zich flexibel op te stellen in de gedeelde zorg voor de kinderen? Zijn de co-ouders bereid elkaar te ondersteunen in het delen van zorgtaken? Is er sprake van een enigszins gelijkwaardig opvoeding qua behuizing bij de co-ouders?

In het geval co-ouders op bovenstaande vragen bevestigend kunnen antwoorden is er kans op een succesvolle toekomst als co-ouders.